Het optreden van mijn baas maakt mij zenuwachtig.

Het onbeschofte gedrag van mijn collega maakt mij razend.

Hoe haalt ze het in haar hoofd om zo tegen mij te praten!

Volgens de RET-theorie zijn het niet de gebeurtenissen zelf die emoties veroorzaken, maar onze gedachten hierover.

En vooral de evaluaties die het gevoel en het daarmee samenhangende gedrag veroorzaken.

We blijken geen speelbal te zijn van gebeurtenissen om ons heen.

Wij zijn zelf verantwoordelijk voor hoe wij ons voelen.

Het nadeel is dat wij anderen niet of minder de schuld kunnen geven.

Het is fijn als je begrijpt waar wat begint.

Soms neemt een gedachtegang jou over, soms een emotie.

Als je niet oppast word je die gedachte of word je dat gevoel.

Om prettig te kunnen communiceren met je collega’s is het goed als je het een en ander op afstand kunt beleven en gade kunt slaan.

Wat gebeurt hier nu precies?

Wie of wat in mij reageert op wie of wat in hem/haar?

Want als je niet uitkijkt

heb je zo ruzie

vermijd je iemand in de docentenkamer

ben je op de vlucht in je eigen huis of op de werkvloer

Volgens mij wil iedereen ontspannen ‘rondlopen’ op de werkvloer.

Toch?

Dus we doen vaak rare sprongen, die spanning veroorzaken.

Ik vind dat intrigerend….

Zijn we dan zo slaafs, dat gedachten en emoties bepalen hoe we leven?

Dat klopt toch niet?

En toch

word je boos als een collega jou in de vergadering heeft genegeerd

baal je van je manager die jou een uur heeft laten wachten

maakt het je verdrietig dat je collega alleen haar eigen sores vertelt en niet luistert als jij ergens mee zit

Als je eerlijk bent wil je best tegen je manager vertellen dat je je ‘klote’ voelt, dat je had gehoopt dat hij je even had gebeld dat zijn vorige afspraak uitliep. Wil je best tegen je collega zeggen dat je je overgeslagen voelde in dat overleg. En zou je best je collega willen vertellen dat je graag het contact met haar wil behouden, maar dat je je ook rot voelt als zij niet naar jouw ‘sores’ wil luisteren als jij daar behoefte aan hebt. En dat jij er wel altijd voor haar bent.

En toch blijkt dat moeilijk.

Je

houdt je mond

slikt

zet een glimlach op, terwijl het in je onderbuik verkrampt

En eenmaal thuis

ga je even lekker tekeer.

Klopt dit dan wel?

Wat heb je dan gemist?

Met Voice Dialogue kan je deze situatie opnieuw beleven, je wordt uitgenodigd om op de centrale stoel: de aware-ego-stoel plaats te nemen.

Je vertelt over de situatie die jou bezig houdt.

De facilitator vraagt je welk voorkeursgedrag dan opdoemt. Wat gebeurt er in jou? Welke gedachten denk je? Welke ‘stem’ komt als dominante kant omhoog? Hoe lang ken je deze ‘subpersoon’ al?

Bijvoorbeeld: ”Hij laat me ook altijd zitten”, ‘ik ben niet belangrijk voor hem”.

De facilitator nodigt je uit om op een andere stoel deze ‘stem’ neer te zetten en gaat in gesprek met die ‘stem’.

Je noemt haar bijvoorbeeld het “Verongelijkte meisje”.

De facilitator gaat in gesprek met het “Verongelijkte meisje”. Ook al zit jij daar als volwassen vrouw op die stoel, het gesprek wordt gevoerd met een ‘deel’ van jou. De facilitator leert dat deel kennen doordat jij je ook inleeft. Het “Verongelijkte meisje” vertelt. Ook wordt er een verbinding gemaakt met jouw totale persoon. Wat heeft ‘het Verongelijkte meisje’ jou te vertellen, waarom is ze er, welke functie heeft zij, hoe lang is ze er al?
Het gaat er niet om dat ‘het Verongelijkte meisje’ er niet mag zijn, maar dat je op de aware-ego-stoel een nieuwe verbinding met haar kan maken, nadat je je gedisindentificeerd hebt van het “Verongelijkte meisje”. Vanaf de aware-ego-stoel kijk je met mildheid en compassie naar dat deel van jou.

Er is ook een ondergesneeuwde kant die minder aan bod komt op het moment dat b.v. jouw manager te laat komt op jullie afspraak. De facilitator vraagt aan jou welk deel dat is. Je noemt b.v. “de Assertieveling”. De facilitator wil dan graag met die subpersoon kennismaken. Jij zet een stoel neer voor dit deel van jou. De facilitator spreekt met de “Assertieveling” zo lang als wenselijk en totdat je er goed contact mee hebt gemaakt. De facilitator verbindt zich ook met dit deel en zal proberen de energie die daar bij hoort te “induceren”.
Op de aware-ego-stoel kijk je terug op het gesprek en verbindt beide kanten met elkaar. Beiden heb je in je. Een van de twee is op dit moment sterker ontwikkeld. Het kan zijn dat die jou beschermt voor de “verstoten” kant.

Omdat je beide kanten bezit, is het goed hen met compassie te hebben beleefd.

Daardoor kan jouw perspectief op de situatie ook veranderen.

Je wordt meer regisseur van je eigen leven, over hoe je reageert op situaties die jou uit evenwicht brengen.

Je kunt jouw manager in dit voorbeeld niet de schuld geven.

Hij is ‘slechts’ een aanleiding.

Je kunt wel ontwikkelen dat je in zo’n situatie niet door gedachten of emoties wordt gepaald.
Dat je vanaf een afstand, op je regisseursstoel de situatie kan beoordelen en kunt reageren zoals voor jou past en wenselijk is.

Mocht je eens willen kennismaken met Voice Dialogue en je hebt een situatie die je wilt uitpluizen op de ‘stoelen’, dan nodig ik je uit het initiatief te nemen om af te spreken via www.deboomstraat.nl

Je kunt ook eens over Voice Dialogue lezen. Aanraders:

“Ik ken mijn ikken”,  auteurs: K. Brugman, J.Budde en B. Collewijn

“Tango van de ikken”, auteur: B. Collewijn